Programmabegroting 2021 Gemeente Langedijk

Home

Inleiding

Voor u ligt de Programmabegroting 2021, inclusief het meerjarenperspectief 2022-2024. In deze 'Begroting in vogelvlucht' worden de hoofdpunten uit de programmabegroting voor u op een rijtje gezet.

1. Financieel perspectief

Het financieel meerjarenbeeld is negatief. De voornaamste oorzaak hiervan is het verwerken van het structureel tekort dat zich heeft ontwikkeld in het Sociaal Domein. De rijksmiddelen zijn niet toereikend om de lasten voor de Jeugdzorg en de Wmo te dekken. Doordat de Kaderbrief 2021-2024 vanwege de coronacrisis naar achteren in de tijd is verplaatst, zagen wij geen mogelijkheden meer om tot een structureel sluitende begroting te komen. Omdat de provincie wel een structureel sluitend meerjarenperspectief eist, zullen wij alsnog een proces starten om tot een positief structureel begrotingssaldo te komen.

Om een sluitende meerjarenbegroting te bewerkstelligen, zal een proces gestart worden waarbij over twee lijnen naar besparingen wordt gezocht:

  1. Een herschikking van de huidige uitvoeringsbudgetten. Al meerdere jaren blijkt bij het opstellen van de Jaarstukken steeds een onderschrijding van diverse budgetten.
  2. Realistischer plannen van investeringen. In de afgelopen jaren werd steeds circa driekwart van de investeringen vooruitgeschoven, waardoor er (te) hoge kapitaallasten in de begroting zijn opgenomen.

Het doel is om u begin 2021 een secundaire begroting te presenteren met een structureel sluitend meerjarenperspectief, zodat wij aan de vereisten van de provincie kunnen voldoen.

Het huidige meerjarenperspectief treft u achterin deze 'Begroting in vogelvlucht' aan.

2. Algemene uitkering
Het financieel perspectief is voor een belangrijk deel afhankelijk van de ontwikkeling van de algemene uitkering. Zoals u van ons gewend bent, ontvangt u ook nu als onderdeel van de Begroting in vogelvlucht een overzicht van de meest recente circulaires. Het totale effect van de mei- en septembercirculaire op het begrotingssaldo is als volgt:

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Effect meicirculaire 2020

-483

-841

-667

-426

 Effect septembercirculaire 2020

-748

-576

-658

-839

Effect algemene uitkering op begrotingssaldo

-1.231

-1.417

-1.325

-1.265

V

V

V

V

2.1 Meicirculaire 2020
Op 29 mei 2020 is de meicirculaire van het Gemeentefonds gepubliceerd.

Het totale effect van de meicirculaire 2020  ten opzichte van de decembercirculaire 2019 treft u in onderstaande tabel aan.

Tabel 1: Totaal effect meicirculaire 2020

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Decembercirculaire 2019

-36.480

-36.068

-36.268

-36.519

 Meicirculaire 2020

-36.724

-36.740

-36.763

-36.768

Totaal verschil meicirculaire 2020

-244

-672

-495

-249

V

V

V

V

Het totaal verschil meicirculaire 2020 is inclusief de mutaties op decentralisatie en integratie uitkeringen. Deze uitkeringen worden in principe toegerekend aan de taken waar ze voor bedoeld zijn. Om het effect van de meicirculaire op het begrotingssaldo te bepalen, wordt daarom gecorrigeerd voor de mutaties op deze uitkeringen.
In deze circulaire wordt er per saldo gekort op de decentralisatie en integratie uitkeringen. Doordat deze korting wordt verrekend met de exploitatie, is het effect van de meicirculaire op het begrotingssaldo positiever dan het totaal verschil meicirculaire 2020.

Tabel 2: Effect meicirculaire 2020 op begrotingssaldo

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Totaal verschil meicirculaire 2020

-244

-672

-495

-249

 Af: Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen

239

169

172

177

Effect meicirculaire 2020 op begrotingssaldo

-483

-841

-667

-426

V

V

V

V

Effect meicirculaire 2020 op begrotingssaldo
Het effect van de meicirculaire 2020 op het begrotingssaldo van de gemeente Langedijk is als volgt opgebouwd.

Tabel 3: Opbouw effect Meicirculaire 2020 op begrotingssaldo

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Accres en nominale ontwikkeling

-767

-1.006

-830

-696

 Ontwikkeling uitkeringsbasis

289

58

-42

-54

 WOZ

-5

107

205

324

Totaal

-483

-841

-667

-426

V

V

V

V

Accres en nominale ontwikkeling
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap-op-trap-af methode wordt het accres genoemd.
De door het CBS verwachte loon-/prijsontwikkeling heeft een positief effect op de accres-ontwikkeling. Vanaf 2023 daalt het accres echter weer vanwege lager geraamde zorgkosten. De nominale ontwikkeling is de jaarlijkse loon-/prijscompensatie die toegerekend wordt bij de meicirculaire, als het basisjaar verspringt. Dit gebeurt met de prijsmutatie BBP, wat een officieel indexcijfer is van het CBS.

Ontwikkeling uitkeringsbasis
Aanvankelijk zou in deze circulaire een daling van het landelijk aantal bijstandsgerechtigden worden gepresenteerd. Vanwege de corona-pandemie is besloten de trend van de septembercirculaire in stand te houden. Hierdoor blijven de mutaties op dit onderdeel beperkt.

WOZ
Eenmaal per jaar wordt de waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen aangepast in de algemene uitkering. Omdat Langedijk nieuwbouwprojecten heeft lopen, stijgt de waardeontwikkeling harder dan het landelijk gemiddelde. Hierdoor krijgen we een hogere korting op de algemene uitkering.

2.2 Septembercirculaire 2020  
De septembercirculaire 2020 is traditiegetrouw op Prinsjesdag verschenen. Hieronder treft u de financiële effecten aan:

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Meicirculaire 2020

-36.724

-36.740

-36.763

-36.768

 Septembercirculaire 2020

-37.472

-37.749

-37.421

-37.607

 Totaal verschil septembercirculaire 2020

-748

-1.009

-658

-839

 Vrijval stelpost 'Uitkomst onderzoek jeugdzorg'

433

 Effect septembercirculaire 2020 op begrotingssaldo

-748

-576

-658

-839

V

V

V

V

Het totaal verschil septembercirculaire 2020 is als volgt opgebouwd:

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

 Nominale ontwikkeling

21

-92

-204

-295

 Ontwikkeling uitkeringsbasis

-554

-451

-447

-537

 Taakmutaties

31

-5

-5

-5

 Jeugdhulp 2022, aanvulling op extra middelen 2019-2021

-452

 Mutatie decentralisatie uitkeringen

-41

-9

-2

-2

 Lagere apparaatskosten (opschalingskorting), coronacomp.

-205

 Totaal verschil septembercirculaire 2020

-748

-1.009

-658

-839

V

V

V

V

Hierbij zijn de volgende punten van belang:

  • Het accres is in 2020 en 2021 vastgeklikt om stabiliteit te bieden in de coronaperiode. Vanaf 2022 wordt het accres weer meegerekend en komt er een nadeel aan. De nominale ontwikkeling (de loon- prijsstijging conform BBP) die altijd tegenover het accres staat, wordt nu wel al toegekend.
  • De ontwikkeling van de uitkeringsbasis pakt positief uit doordat de maatstaven medicijngebruik en klantenpotentieel lokaal en regionaal door het CBS zijn bijgesteld. Daarnaast waren de voorlopige WOZ-waarden bij de meicirculaire nog niet beschikbaar, waardoor de landelijke stijging toegepast moest worden. Inmiddels zijn deze waarden wel bekend.
  • De extra middelen jeugdzorg die voor 2019 - 2021 waren toegekend, zijn met een jaar verlengd. Hiervoor had Langedijk vorig jaar al een stelpost opgenomen, die nu bij de toekenning moet vrijvallen.

3. Bestuurlijke fusie

Na de ambtelijke fusie, die per 1 januari 2020 tot uitvoering is gebracht door oprichting van de Werkorganisatie Langedijk en Heerhugowaard, zal het komende jaar in het teken staan van de bestuurlijke fusie. Volgens planning is op 1 januari 2022 de nieuwe fusiegemeente Dijk en Waard een feit.  
Het samengaan van twee gemeenten is een zorgvuldig proces en neemt daardoor veel tijd in beslag. Er moeten diverse wettelijke procedures doorlopen worden. Na het provinciaal akkoord heeft nu ook de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel tot herindeling van Langedijk en Heerhugowaard en voor advies aan de Raad van State gezonden. De daarop volgende stap is indiening van het herindelingsvoorstel bij de Tweede Kamer.
Om ook in onze organisatie een vloeiende start voor te  bereiden, is gestart met het opstellen van de strategische visie, harmonisatie van gemeentelijke voorschriften en de daadwerkelijke start van Dijk en Waard. Naast harmonisatie van gemeentelijke voorschriften zullen ook werkprocessen, contracten, systemen en projecten op elkaar afgestemd moeten worden. Hier zal de ambtelijke organisatie zich het komende jaar voor gaan inzetten.

4. De nieuwe Omgevingswet

Per 1 januari 2022 is een nieuwe wet van kracht: de Omgevingswet. Na de decentralisatie op het sociale werkveld staan alle gemeenten voor een nieuwe grote uitdaging: die op het ruimtelijke werkveld of fysieke domein. Een opgave die ook nog eens allerlei (nieuwe) thema’s dit werkveld intrekt, zoals (circulaire) economie, duurzaamheid (energie, klimaat), leefbaarheid en sociale inclusiviteit. Een gegeven waardoor we thema overstijgend en integraal moeten samenwerken op al deze ambities voor de toekomst.
Complex? Ja en nee, want de nieuwe Omgevingswet brengt 26 wetten terug naar 1 wet. Maar bij deze uitdaging hoort vooral een nieuwe manier van denken en werken. Dat betekent een cultuurverandering, tussen de gemeente en samenleving, tussen raad, bestuur, ambtelijke organisatie en inwoners, (vrijwilligers)organisaties en ondernemers onderling. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen wordt ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen.

Gemeente Langedijk en de nieuwe Omgevingswet
In 2017 is Langedijk gestart met de projectmatige aanpak van de invoering van de Omgevingswet, samen met de gemeente Heerhugowaard. In 2021 worden  belangrijke producten opgeleverd, zodat Langedijk en Heerhugowaard organisatorisch, beleidsmatig en met de juiste middelen operationeel zijn in 2022. Voor de berekening van de kosten van de invoering is gebruik gemaakt van het Financieel Dialoogmodel van de VNG. De grootste kosten zitten in personele kosten, zowel inhoudelijk als voor ondersteuning, zoals ICT.

5. Doorontwikkeling decentralisaties
Sinds de decentralisatie in 2015 is er veel veranderd in het sociaal domein en zijn gemeenten verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning van inwoners. Dit maakt het makkelijker om zorgvragers sneller en beter te ondersteunen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Taken die hieruit voortvloeien zijn onder meer het verzorgen van een passend zorgaanbod, inkomensondersteuning en arbeidsinschakeling.

In de media valt te lezen dat de totale uitgaven van Nederlandse gemeenten in het sociaal domein blijven stijgen. Ook Langedijk heeft te maken met toenemende kosten. Gemeenten staan voor de lastige opgave om enerzijds goede en passende zorg te leveren en anderzijds binnen het beschikbare budget te blijven. Om meer grip op de kosten te krijgen, gaat Langedijk binnen de jeugdzorg inzetten op preventie en beheersmaatregelen gericht op de toegang tot jeugdzorg. Binnen de Wmo draait de regionale pilot ‘Toezicht Wmo 2019’ gericht op fraudepreventie en -bestrijding. Daarnaast willen we met behulp van data analyse beter inzicht verkrijgen in de kosten en effectiviteit van de door ons aangeboden zorg.

Meerjarenperspectief

In het meerjarenperspectief wordt de ontwikkeling van het begrotingssaldo 2021-2024 vermeld. In deze tabel wordt onderscheid gemaakt tussen het structureel begrotingssaldo en het begrotingssaldo met incidentele posten (een – staat voor een positief saldo).

Nr.

Onderwerp

2021

2022

2023

2024

I

Structurele begrotingssaldo Programmabegroting 2020

-166

-100

-53

122

II

Incidentele mutaties (o.a. voorgaande P&C producties)

49

690

975

800

III

Afrondingsverschillen

1

-3

-5

-5

IV

Begrotingssaldo (structureel + incidenteel) (I + II + III)

-116

587

917

917

Primaire begroting 2021

Structurele mutaties

Autonome ontwikkelingen (externe factoren)

- 15

- 580

- 198

-893

Autonome ontwikkelingen (college- en raadsbesluiten)

1.014

967

1.130

1.348

V

Totaal structurele mutaties

999

387

932

455

Incidentele mutaties

Autonome ontwikkelingen (externe factoren)

-113

40

0

0

Autonome ontwikkelingen (college- en raadsbesluiten)

457

0

0

0

VI

Totaal incidentele mutaties

344

40

0

0

Afrondingsverschillen

-1

VII

Totale mutaties primaire begroting 2021

1.343

427

932

455

VIII

Structureel begrotingssaldo (autonome ontwikkelingen) (I + V)

833

287

879

577

IX

Incidentele mutaties na primaire begroting 2021 (II + VI)

393

730

975

800

X

 Afrondingsverschillen

1

-3

-5

- 6

XI

Begrotingssaldo (structureel + incidenteel) na primaire begroting 2021 (VIII+IX+X)

1.227

1.014

1.849

1.371

Totalen per programma

In onderstaande tabel zijn de totale mutaties per programma weergegeven. Deze mutaties zijn in de programma's bij financiële ontwikkelingen nader toegelicht.

Totalen per programma

2021

2022

2023

2024

Besturen en burgers

11.402

10.729

10.799

10.776

Veiligheid

1.306

1.306

1.306

1.306

Economie

302

365

588

358

Onderwijs

2.213

2.215

2.189

2.137

Cultuur

1.130

982

1.106

964

Ruimtelijke ordening

525

537

459

442

Milieu

493

433

432

432

Sociaal domein

21.214

20.770

20.592

20.516

Openbare ruimte

7.360

7.036

7.093

7.293

Algemene dekkingsmiddelen

-44.819

-43.457

-42.816

-42.953

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

Onvoorzien

100

100

100

100

Resultaat

1.227

1.014

1.849

1.371

Deze pagina is gebouwd op 10/14/2020 08:13:46 met de export van 10/14/2020 08:09:44